De Buitenhof - actief en leefbaar

Ik heb een talent voor het straal voorbijlopen  of –fietsen van straatbeelden. Zo fietste ik dagelijks langs het beeld midden in het Stadspark, ik kon er bijna niet omheen, maar de beste man was me nog steeds niet opgevallen. Totdat mij leergierige neefje Hielke bij ons kwam logeren en mij vroeg van wie toch die man was die daar uitgebeeld stond op de tweesprong in het Stadspark, nabij de velden van VV De Vogels. Het bleek Jan Evert Scholten te zijn, een groot-industrieel die veel heeft betekend voor de stad Groningen.

Onlangs scoorde ik op de jaarlijkse braderie van het Overwinningsplein voor een paar euro’s het boek vol met nieuwsfeiten van de twintigste eeuw, uitgegeven door het voormalige Nieuwsblad van het Noorden. Mijn oog viel op het verhaal over de opening van het Stadspark op 19 mei 1926. En daar stond hij weer prominent in beeld, Jan Evert Scholten. De heer Mulock Houwer was de bedenker en tevens de directeur gemeentewerken en Leonard Springer de architect. Maar Jan Evert Scholten krijgt toch wel de meeste credits als grondlegger. Hij was immers dé grote aanjager en financier van het Stadspark. Triest genoeg kon hij de opening niet meer mee maken omdat hij in 1918 al was overleden na een kort ziekbed. 

Er was overigens genoeg discussie of dit park er nu wel moest komen. De Nieuwe Groninger Courant dacht dat het vooral benut zou worden door `het vrijend deel onzer ingezetenen´. Anderen waren van mening dat het geld beter benut kon worden voor woningbouw, riolering en dat soort zaken. Maar gelukkig voor ons als Buitenhof-bewoners kwam hij er toch. Al was het eerst vooral bedoeld voor het welzijn van de niet-gegoede burgers, oftewel de vele mensen die door de industriële revolutie naar de stad kwamen en maar weinig ruimte hadden. Maar volgens Mulock Houwer was het ook goed als arm en rijk met elkaar in verbinding stonden. 

Anno 2012 is het een bruisend park waar veel plezier gemaakt wordt op vele fronten. Ik fiets er elke dag met veel genoegen doorheen en luister elke ochtend weer naar de vogeltjes die me een plezierige werkdag toewensen. Bij het passeren van het beeld van Jan Evert Scholten knik ik elke keer even vriendelijk naar deze ruimhartige industrieel. Als dank voor al zijn verdiensten voor de grootste en mooiste achtertuin die je maar kunt wensen.