De Buitenhof - actief en leefbaar

In mijn buitenwijk heerst de rust. Althans dat zou zo moeten zijn, in een groene, lommerrijke buitenwijk. Toch, wordt de rust vaak verstoord. Luidruchtig spelen kinderen op straat. Verstoppertje, voetballen en Kingen. Wat het doel van dit spel is en wat de regels zijn, is mij nog steeds niet duidelijk. Het is iets met vier vakken die op de weg zijn gekrijt, een bal die je met een vuistslag in een ander vak moet slaan en die opgevangen moet worden. En je kan er ruzie over krijgen.

Vlak voor mijn huis beoefenen jonge Buitenhoffertjes dit spel. Het gaat even goed. De bal gaat heen en weer. Dan ontstaat een meningsverschil. De bal is verkeerd opgeslagen of te hard of beide. Met overslaande stemmetjes vechten ze het uit. De oudste wint. Dat hebben ze geleerd bij de mediation van de vreedzame school, altijd luisteren naar de oudste.

Er is meer geluid in mijn buitenwijk. ’s Avonds als ik mijn hond uitlaat, hoor ik de buurthangjongens. Ooit speelden ze met waterpistooltjes op straat, nu hangen ze in de schemering rond op de speelplaatsjes in de wijk. Stiekem roken ze een sigaretje, die ze wegstoppen als ze me zien. Muziek klinkt uit hun mobieltjes, natuurlijk te hard voor in de avond. Ze lachen overdreven luid om hun eigen grappen. De scooter op het fietspad staat in de weg en imiteert een 500cc motor. De volgende ochtend zie ik de kroonkurken van de bierflesjes liggen onder de schommel. 

In mijn buitenwijk heerst rust. Al wordt die elke middag rond kwart over drie verstoord door grote groepen vaders en moeders die met hun kroost terugfietsen van school. Het is duidelijk dat de basisschool weinig aan verkeerseducatie doet. De ouders schreeuwen hun longen uit hun lijf om de kids op het rechte fietsspoor te houden. Wiebelend op hun stoere felgekleurde fietsjes crossen de kleine buitenhoffertjes terug de wijk in. Hun moeder kan ze niet bijhouden. Dat zal hen  worst wezen. En dus zwoegt de moeder achter ze aan op haar fiets worstelend met  drie kinderrugzakjes vol lege drinkbekers, broodtrommeltjes en een nieuwe stortlading knutselwerkjes en met  een halfslapende dreumes in de bobike voor op het stuur en een buurkind achterop. Ze ziet dat de kinderen haast hebben. Ze willen gaan kingen. Of naar het pontje. Of alvast oefenen voor hangjongere, met je fiets non-chalant geparkeerd op het voetpad en het oude mobieltje van je vader in je hand.

Ach, af en toe is het onrustig in mijn buitenwijk.