De Buitenhof | actief en leefbaar. LogoBuitenhoftransparant

Verkwikt banjer ik door de sneeuw bij de grote speeltuin. Gisteren heeft de hemel ons al een dun laagje sneeuw cadeau gedaan. Vannacht is daar een flink pak bijgekomen. Centimeters dik ligt het op de huizen, bomen en auto’s. Het wit steekt fraai af tegen de lucht  die op dit uur van de ochtend nog aardedonker is. De wereld straalt een serene rust uit en mijn gemoed wordt meteen kalm en helder. 

Het pak sneeuw in de grote speeltuin is nog onbetreden. Over het speelkasteel, het kunstgras en de brug ligt een egaal witte massa. Des te meer valt het object op dat ik al van een afstandje op het pad zie liggen. Het steekt enigszins boven de sneeuw uit. Groen met wit is het, zie ik van ver. Als ik dichterbij kom, zie ik ook een metalen kettinkje aan het voorwerp zitten. Met mijn handschoenen pak ik het voorwerp uit de sneeuw. Het blijkt het FC Groningen-logo te zijn, dat op een dun metalen frame is aangebracht. Een sleutelhanger? Nee, er steekt nog een rechthoekig dopje uit het frame. Dit moet een usb-stick. Wat doet die hier? Van wie is ‘ie? En wat staat erop?

 

Thuis doe ik mijn laarzen uit, snel naar mijn computer en steek de FC-usb-stick in de poort. Pruttelend slaat het apparaat aan en vertelt me dat ik een wachtwoord moet invoeren om de bestanden te kunnen bekijken. Dat had ik kunnen weten. De moed zakt me in de schoenen. Zonder enige aanwijzing een wachtwoord vinden is nog kanslozer dan een speld in een hooiberg vinden. Zonder enige hoop toets ik voor de hand liggende combinaties in. Welkom. 123456. Wachtwoord. FCGroningen2023. Maar nee. ‘Toegang geweigerd’. 

“Dit moet ik ook niet doen”, denk ik als de nieuwsgierigheid plaatsgemaakt heeft voor wanhoop en verstand. Wie weet wat er allemaal op staat, dat is niet voor jou ogen bestemd. De stick moet terug naar zijn eigenaar. Ik open internet, maak tegelijkertijd een foto en plaats een melding op Nextdoor: “Van wie is deze usb-stick?’

 

---

 

Een week later zit ik weer achter de computer. Geen DMs, geen reacties op mijn bericht, zie ik. Op mijn telefoon klik ik mijn notities open. Tijd voor plan B. Ik stop de usb-stick weer in de computer en begin weer te typen. Groningen01. Groningen23. FCGroningen01. FCGroningen23. FCGroningen2023. Geconcentreerd en secuur probeer ik alle suggesties die ik afgelopen week heb verzameld. Fivelgo1. Fivelgo01. Fivelgo2. Fivelgo02. Een kwestie van volhouden en geluk hebben. Anne. Albert. Anton. Anton01. Speld in een hooiberg. Bram01. Bram2023. Het zou toch zomaar kunnen. Zeker 20 minuten ga ik onverstoorbaar door. Juist als ik mijn gedachten afgedwaald zijn naar wat we vanavond gaan weten, typ ik deze in:

‘Blokzijl20’

Meteen verdwijnt de pop-up en zie ik het opengeklapte Verkenner-scherm. Mijn hart klopt in mijn keel. Het is gelukt! Ik zit erin! Opwinding en nieuwsgierigheid maken zich van me meester. Voor me zie ik één map en één mp4-bestand. Ik klik eerst maar eens de map open en zie allemaal genummerde jpegs. Foto’s dus. Ze lijken op datum gesorteerd. ‘Ik20130414’’Ik20130415’’Ik20130416’. Ik scroll naar beneden. Er komt maar geen einde aan de lijst. De jaartallen glijden het scherm in. 2014, 2015, 2018, tot de lijst bij 2023 het einde bereikt. ‘Ik20231001’ is de laatste foto. Het lijkt erop dat er voor iedere dag één foto is. Ik scroll weer helemaal terug naar het begin van de lijst en klik op de foto. Een puberjongen kijkt me aan, het is een portretfoto. Zijn blik is neutraal, maar toch trekt een rilling over mijn rug. Hij komt me bekend voor. Op de tweede foto staat dezelfde jongen in dezelfde pose , maar met andere kleding aan. Op de derde staat hij weer, in weer dezelfde pose.  En op de vierde. En op de vijfde. Mijn vingers stoppen even met klikken. Dit is het dus. Ik heb een stick met honderden bijna identieke foto’s gevonden.

“Meissie, kom eens kijken”, wenk ik mijn dochter die op de bank naar haar laptop zit te kijken. 

“Nu?” kijkt ze enigszins verveeld en staat dan op. Ze komt achter me staan terwijl ik nog wat meer foto’s open en weer dicht klik.

“Die woont hier in de wijk. Ergens in de Duurswoldlaan of Vredewoldlaan ofzo.”

“Weet je wie het is?”

“Ja, maar niet hoe hij heet. Hij zat een paar klassen hoger dan ik.”

 

---

 

De deur gaat open. Ik moet flink omhoog kijken, hij is langer dan ik had verwacht. Zijn haar zit straks naar achteren, maar toch herken ik hem meteen. 

“Volgens mij heb ik iets voor je.”

We kijken allebei naar het logo van FC Groningen dat in mijn hand ligt. Onze hoofden draaien beiden naar beneden. De paar seconden duren een eeuwigheid. Dan kijkt hij weer op.

“Ja.”

Onze blikken kruisen elkaar weer. Hij kijkt me lang aan en leest mijn blik. Zou hij door hebben dat ik de foto’s gezien heb? Wat kan hij aan mijn gezicht aflezen?

“Kom binnen”, zegt hij en gaat zo met zijn rug tegen de muur staan dat ik de gang in kan kijken. Ik stap naar binnen en doe een paar passen. In een flits zie ik op de foto’s aan de muur het mij zo bekende gezicht met twee volwassen personen. 

“Ik ben Koen, by the way”, zeg ik.

“Ik ben Victor. We gaan wel in de woonkamer zitten. ”

 

---

 

Met mijn jas nog aan zit ik op het puntje van de bank, een kop thee in mijn hand. Victor zit in een grote rieten stoel en kijkt dromerig omhoog. Zijn woonkamer is kleurrijk, overal staan planten. Ik heb hem verteld dat ik zijn usb-stick in de grote speeltuin heb gevonden en hoe ik bij hem gekomen ben. Hij heeft me bedankt, verklaard dat de stick vast uit zijn rugzak moet zijn gevallen en me de hand geschud. Ik zag dat zijn blik daarna naar binnen keerde en hij in stilte op een rijtje probeerde te zetten wat hij zou vertellen. Alsof hij door had dat hij iets uit te leggen had.

“Ik woon hier al jaren in de wijk.” Hij draait zijn hoofd naar het mijne. “Met mijn moeder, die is nu op haar werk. En tot zes jaar geleden ook met mijn vader. Die komt uit Eritrea. Ze hebben elkaar ontmoet toen mijn moeder daar op vakantie was. De vonk sloeg over en een paar jaar later is hij naar Nederland gekomen. Vlak voor de eeuwwisseling. Mijn vader vertelde op iedere verjaardag hoe hij door de millenniumbug bijna niet kon vliegen. Maar goed, ze zijn hier in Groningen getrouwd en ik ben in 2003 geboren. Eerst woonden we in de Oosterbadstraat, dat kan ik me zelfs nog herinneren. Maar we zijn al snel hier in de wijk komen wonen.”

“Mijn vader heeft het wel geprobeerd, zeker. Vooral in de eerste jaren was hij heel gelukkig met mijn moeder. Hij had werk en genoot van de gezelligheid thuis. Maar eigenlijk sinds we hier wonen, werd hij stiller. Toen ik jong was, deed hij nog van alles met me: voetballen, stoeien, tekenen. En we gingen veel wandelen met mama. Hij kon enorme verhalen vertellen. Maar dat werd steeds minder. Hij werd steeds passiever. Toen hij zijn baan verloor, werd het nog erger. Hij trok zich terug in zijn hoofd. Maar met mij deed hij nog van alles, alsof dat hem opmonterde. Vijf jaar geleden is hij weer teruggegaan naar Eritrea en daar woont hij nu nog steeds, in de plaats waar hij is opgegroeid.” 

“Ik was boos op hem, ongelofelijk! Ik begreep er niks van. Hoe kon hij mij in de steek laten. Wat had hij daar te zoeken terwijl hij hier ons had. En ik had hem hartstikke hard nodig. Ik was veertien! Hij wilde nog wel contact, maar daar had ik echt geen zin in. Hij was een verrader, hij zakte er maar in.” 

“Na een paar maanden ben ik begonnen om iedere dag een foto van mezelf te maken. Iedere dag op dezelfde plek, in de gang waar je net doorheen bent gekomen. Gewoon uit boosheid, dan kon hij zien wat hij miste. Ik heb die eerste foto’s teruggekeken, het vuur spat uit mijn ogen. Ken je dat filmpje van een vader die iedere keer een foto maakt van zijn dochter en die achter elkaar zet? Die wilde ik ook maken. Deze zomer was het vijf jaar geleden en heb ik het filmpje gemonteerd. Maar het was anders dan ik gedacht had. Ik zag het pas toen het filmpje af was. Heel raar om jezelf zo bewust te bekijken. Zoveel boze foto’s! Maar mijn blik veranderde. Ik zag mijn ogen zachter worden. Dat had ik helemaal niet in de gaten, ik vertelde iedereen dat ik nog steeds heel boos was. Dat was mijn verhaal, dat van het verlaten kind. Er was één foto, 19 februari, ik weet het nog, waar ik uren naar heb gekeken. Ik zag iets dat ik niet kende. Verlangen.” 

“Een paar maanden geleden heb ik hem gemaild. Ik wilde verkennen wat ik voelde, maar ik wist het eigenlijk meteen. Ik wilde hem zien. En hij mij ook. Er viel weinig te verkennen. Hij mailde hoe hij nu leefde en ik las dat hij thuis gekomen was. Ik begreep hem zonder dat hij iets uitlegde. Over drie dagen vlieg ik naar hem toe. Dus je bent net op tijd. Anders had ik geen cadeau voor hem gehad.” 

 

---

 

Door de motregen kom ik de straat in gewandeld, terug van mijn werk. Geen witte, maar een natte kerst dit jaar. Het mag de pret niet drukken. Er hangen zoveel lichtjes in de straat dat ik me meteen opgewekt voel. De buren hebben zich echt uitgeleefd! 

Gewoongetrouw open ik de brievenbus aan de straat. Er zit één envelop in, zo’n klassieke lichtblauwe Airmail-envelop met rood-blauwe rand. Op de carport maak hem open. Twee mannen kijken me aan: een oudere zonder haar en een jongere met kroeshaar. Hun ogen lachten precies hetzelfde. Ik zie dat ze hun armen over elkaar heengeslagen hebben. Op de achtergrond strand, zee en blauwe lucht. Er valt een druppel op de foto. En nog een.

Als ik de foto omdraai, zie ik maar twee regels tekst. Glimlachend laat ik de woorden op me inwerken. 

 

Wish you were here!

Groetjes uit Eritrea

Victor en Peter

 

Hoewel dit verhaal waar had kunnen zijn, is het geheel en al verzonnen. Alle gelijkenissen met bestaande personen zijn puur toeval.